Erfgoeddrager: Xanna

‘Het ergste was toen mijn vader werd opgepakt’

Mevrouw Holleboom woont al haar hele leven in Overveen, vlakbij Haarlem. Tamar, Xanna, Netta en Let spreken haar aan de keukentafel van haar prachtige huis in het bos. Vlakbij zijn de resten van een bunker uit de oorlog te zien. ‘In dit huis zaten ook Duitsers en ze hadden hier paarden. Eigenlijk was alles Duits hier in de buurt, heel Overveen was anders’

Hoe oud was u toen de oorlog uitbrak?
‘Ik ben van 1926, dus reken maar uit…. Er werd omgeroepen dat het oorlog was. Kinderen werden uit de scholen gehaald want de schoolgebouwen werden gebruikt om soldaten te huisvesten. Mijn kamer keek uit op een schoolplein. Daar zag ik de soldaten marcheren. Sommige waren heel bang, ze huilden. In het derde oorlogsjaar stond er opeens een knappe Duitse officier bij ons voor de deur. Het was op mijn vaders verjaardag, we zaten in de tuin. “U moet binnen drie dagen uw huis uit”, zei die Duitser. Het huis moest helemaal leeg en mijn vader en moeder en hun 7 kinderen, moesten naar familie. Ik mocht bij een tante logeren en dat vond ik heel gezellig. Maar het was niet leuk dat ons gezin was verdeeld over familieleden. Gelukkig kregen we na een paar maanden een ander huis.’

Heeft u de hongerwinter meegemaakt?
‘Jazeker! We kregen soms eten uit de gaarkeuken, per persoon één kop soep of stamppot. Ik heb ook bloembollen gegeten, die smaken een beetje zoals ui maar dan heel zoet. Mijn moeder had boerenfamilie in Noord-Holland. Zij ging daar op de fiets naartoe met kleren die ze ruilde voor eten. Ik ging er met een vriendin met een handkar achteraan om het eten op te halen. We liepen 60 kilometer in één dag. Op de terugweg konden we in Beverwijk slapen. Ze verzorgden onze voeten want we hadden veel blaren. Onderweg kwamen we ook Duitsers tegen, maar die lieten ons met rust. Soms hadden we zo’n dorst en honger dat we zomaar ergens aanbelden. Maar vaak werd de deur zomaar Pats! dicht gegooid…

Mijn broer ging ook vaak met de fiets naar Noord-Holland. Op een dag fietste hij terug met een grote zak aardappelen. Vlak voordat hij de pont bij IJmuiden op reed, knapte de zak en rolden de aardappelen over de grond. Hij kon er nog een paar oprapen maar moest toen met de pont mee. De hele tocht was bijna voor niks geweest. Mijn broer en ik hadden allebei een konijntje: Ko en Nijn. Toen we helemaal geen vlees hadden, hebben we ze opgegeten. De huiden hebben we bewerkt om er wanten van te maken. Zo verzin je van alles…’

Ging u naar school?
‘De eerste oorlogsjaren ging ik gewoon naar school. Ik zat op Sancta Maria, dat was toen een strenge meisjesschool aan de Dreef. We moesten een rok dragen tot over de knie en lange kousen. Ik liep er naartoe, op klompen. Tijdens het laatste oorlogsjaar vielen steeds meer lessen uit. Je leerde er niets meer en ik wilde van school. Mijn ouders vonden het goed. Later had ik wel spijt, want toen de oorlog was afgelopen, kreeg iedereen gewoon z’n diploma. Behalve ik…’

Wat is het heftigste dat u heeft meegemaakt in de oorlog?
‘Dat mijn vader werd meegenomen door de Duitsers. Ze belden ‘s avonds bij ons aan en waren op zoek naar mijn broer van 18. Maar hij was niet thuis en daarom moest mijn vader mee. Ze staken een stok in zijn broek zodat hij niet weg kon lopen. Ik vond het vreselijk. Ze namen hem mee naar het station en zetten hem op de trein naar Amsterdam. Hij zou pas weg mogen als mijn broer zich in Amsterdam zou melden. Dat heeft hij gedaan en mijn vader mocht terug naar huis. Een paar dagen later kwam mijn broer ook terug. Op een of andere manier hadden ze hem vrijgelaten!’

 

 

 

 

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892