Erfgoeddrager: Tatum

‘Ik werd in een houten kistje gestopt onder de trap’

Marten Wijbenga woonde in de Kanariestraat in Amsterdam-Noord toen de oorlog uitbrak, samen met zijn ouders en twee zussen. Aan Lewis, Tatum en Aisha van de Twiskeschool vertelt meneer Wijbenga over een van de zware bombardementen op Noord. ‘Mijn vader kwam naar buiten en zei: ‘dit is foute boel!’.

Kunt u zich nog herinneren wanneer dat bombardement plaatsvond?
‘Dat was in juli 1943. Ik weet nog dat mijn twee zussen op dat moment achter ons huis stonden en omhoog keken omdat ze vliegtuigen hoorden aankomen. Later bleken het Amerikaanse vliegtuigen te zijn. De Amerikanen hadden een missie: ze moesten een fabriek bombarderen op de Papaverweg in Amsterdam-Noord. Deze fabriek, waar vliegtuigen werden gerepareerd, was in Duitse handen gevallen en moest worden vernietigd. Op de avond van het bombardement was het bewolkt. Een deel van de vliegers besloot niet te bombarderen, een deel van de vliegers wel. Die laatste groep bestond uit jonge vliegers, zij bleken niet goed te zijn opgeleid. De bommen vielen niet op de fabriek maar op een woonwijk. Deze gebeurtenis werd later bekend als ‘Het bombardement in Noord’. Meer dan tweehonderd mensen kwamen om het leven. De schade was enorm.’

Werd uw huis ook geraakt?
‘Mijn zussen die dus buiten stonden, zagen een bom uit zo’n vliegtuig vallen. Ze wisten niet wat dat was. Op dat moment kwam mijn vader naar buiten en zei: ‘Dit is foute boel!’. Hij haalde mijn zussen naar binnen en stuurden ze naar het toilet. Op het toilet staan de muren dicht op elkaar, dat kan je beschermen tegen instorting. Ik werd als 3-jarig jongetje in een houten kistje gestopt onder de trap. Dat kistje werd op slot gedaan want ik mocht er absoluut niet uit komen. We hadden geluk, ons huis werd niet geraakt. Ik weet nog dat ik het spannend vond. Ik zit nu ook niet graag opgesloten, dan krijg ik de kriebels.’

Uw vader was schipper tijdens de oorlog. Bracht dat voordelen met zich mee voor jullie gezin?
‘Jazeker, omdat mijn vader schipper was, had hij als een van de weinigen een ‘Ausweis’. Dat was een belangrijk, persoonlijk document waarmee hij zich bijvoorbeeld niet aan de avondklok hoefde te houden. Dat deed mijn vader dan ook niet. In de avonduren ging hij op zoek naar eten of drinken in naburige dorpen. Hierdoor hadden wij altijd wat te eten. Vanaf 1943 kwam de zus van mijn vader ook bij ons in huis, samen met haar kinderen. In de laatste jaren van de oorlog moest mijn vader dus voor negen personen zorgen, elke dag weer! En ook dat is hem gelukt.’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892