Erfgoeddrager: Sterre

‘We wisten niet of we mijn broertje ooit weer terug zouden zien’

Jetty Heemskerk (87) komt naar school met haar rode autootje. Ze heeft allerlei spulletjes bij zich van Java. Als ze begint te vertellen over haar kleine broertje Wim die weg moest omdat hij tien jaar oud was, valt het even stil. Ze krijgt tranen in haar ogen, ondanks dat het zo lang geleden gebeurd is. De leerlingen van de VOX-klassen in Amsterdam-Noord, Liam, Sterre en Diki, wachten rustig tot ze weer verder kan vertellen. Haar verhaal maakt grote indruk.

U heeft in verschillende kampen gezeten op Java tijdens de Japanse bezetting. Wat was het ergste wat u heeft meegemaakt?

‘We hadden natuurlijk honger en geen privacy. We hadden niks, alleen een matje om op te slapen en iedereen zat dicht bij elkaar. Er was veel stress natuurlijk. Als er ruzie uitbrak ging men elkaar te lijf. Mijn moeder leerde ons verdraagzaam te zijn. Op een dag hadden de Jappen bedacht dat jongens vanaf tien jaar weg moesten van hun moeders. Mijn broertje Wim was een schriel ventje. Hij mocht alleen een klein rugzakje meenemen en moest klaar gaan staan. Ik zie het nog zo voor me. De vrouwen hadden afgesproken om niet te gaan huilen, om te voorkomen dat de kinderen ook zouden gaan huilen. Ik vond dat zo moeilijk! We gingen niet zwaaien en we vochten tegen onze tranen. We stonden daar maar. Er kwamen vrachtwagens aan. De jongens klommen in de bak en de Jappen gooiden hun spulletjes erbij. En daar gingen ze. We wisten niet of we hem ooit weer terug zouden zien. Kijk, dat vergeet je natuurlijk nooit. Gelukkig bleek achteraf dat het mannenkamp vlakbij was en we hebben mijn broertje weer teruggevonden.’

Hoe was het na de oorlog?

‘De Indische bevolking had het nog slechter dan wij. Daar zijn vreselijke dingen gebeurd. Het Indische volk werd door de Japanners afgestraft omdat zij met de Hollanders hadden geheuld. Terwijl ze ons wilden helpen! Nadat de Japanners hadden gecapituleerd werd de situatie eigenlijk nog erger. Wij konden de kampen niet uit, omdat er een opstand ontstond en het gevaarlijk buiten de kampen was. De Indonesische opstandelingen wilden onafhankelijk van Nederland worden.

Nederland heeft de bevolking laten stikken. De Indische bevolking moest kiezen: Nederlander of Indonesisch worden. De meesten kozen ervoor om Indonesisch te worden, omdat ze anders zelf de bootreis naar Nederland moesten betalen. En dat vonden we zo vreselijk oneerlijk! Zij hebben immers nog meer geleden dan wij. Wij hoefden onze reis niet zelf te betalen, want wij werden geëvacueerd.’

Hoe vond u het om weer in Indonesië terug te komen na een tijdje?

‘Wij gingen eerst terug naar Nederland. En dat vond ik vreselijk. Al die kleren en die kou. En de huizen vond ik klein. En de mensen vreselijk tuttig. Na een tijdje gingen we toch weer terug; de republiek Indonesië had ons nodig en mijn vader kon zijn werk weer hervatten. In Indonesië kwamen we terecht in een ander huis dan ons oude. Daar troffen we onze meubels van voor de oorlog aan. Ze waren er naartoe gebracht door een oude werknemer van mijn vader. Hij had voordat de Jappen ons oude huis innamen onze spullen in veiligheid gesteld. Dan ben je wel een koloniaal, zoals dat heet, maar deze mensen hebben ons nooit gehaat. Integendeel, ze zijn zo loyaal naar ons geweest.’

 

 

Erfgoeddrager: Sterre

‘Onze poes Pumpsi stal dat vlees van het aanrecht bij de overbuurman en wij aten het lekker op’

Aty Nijntjes (1934) houdt  veel van dieren. In de woonkamer loopt een heel oud hondje rond en een nieuwsgierige poes, Aagje. Verder staat het hele huis vol met zelfgemaakte knuffelbeesten, wandkleden en kleiwerken. Aty kan ook goed handwerken. Maar wat ze ook goed kan is vertellen, vinden Sterre, Pim, Lorelai, Nour en Sofie, die bij haar op bezoek zijn. Meer dan een uur lang vertelt Aty de leerlingen van basisschool Et Buut in Zaandam hoe zij als zesjarig meisje de oorlog beleefde.

Wat zijn uw ergste herinneringen uit de oorlog? 

Mijn vader is in 1942 overleden aan kanker. Toen was mijn moeder dus ineens alleen met vier kleine kinderen en daar had ze haar handen aan vol. Ik was de jongste. Ik had een oom en een tante op de Prins Hendrikstraat 4 in Koog aan de Zaan die onderduikers hadden. We kwamen daar vaak, maar hebben nooit geweten dat er mensen verscholen zaten. Ze hielden zich muisstil. Ik weet ook nog van de fusillade op de Burcht. Ik heb het niet gezien, maar ik hoorde wel schoten. Ik kwam toen net uit school en liep met een vriendinnetje op de Zuiddijk. Het gebeurde op de Prins Hendrikkade, dat is maar een klein stukje verderop. Ik zag dat er vrachtwagens stonden met hooi. Daar werden tien doodgeschoten mensen in gestopt. Ik kwam toen helemaal overstuur thuis.

Had u ook huisdieren vroeger?

Ja, we hadden een poes die Pumpsi heette. Aan de overkant van de straat woonde een kleermaker die kleding maakte en repareerde, in ruil voor vlees. Pumpsi stal dat vlees weleens van het aanrecht en nam het mee naar ons huis. Wij spoelden het af en aten het lekker op. Maar het liep niet goed af met Pumpsi: ze werd zelf ook opgegeten. Door wie weet ik niet, ze kwam op een gegeven moment niet meer thuis.

Heeft u gezien wat er na de Bevrijding gebeurde met vrouwen die met Duitse soldaten omgingen?

Ja, dat heb ik gezien. Vroeger deed je alles lopend en ik weet nog dat ik over de Wilhelminabrug aan kwam lopen en bij de bioscoop op het hoekje een grote menigte zag staan. Bij de nooduitgang was een trap en daar bovenop stond een meisje. Ze werd helemaal kaalgeschoren. Dat vond ik vreselijk om te zien. Ik ben snel weggelopen en naar mijn moeder gerend. De oorlog kent alleen maar nadelen. Maar ik heb er natuurlijk wel van geleerd dat je eigenlijk nooit ruzie moet maken en dat je elkaar altijd alles gunt. Ik hou ook helemaal niet van ruzies.

 

 

 

 

 

 

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892