Erfgoeddrager: Simrah

‘De knecht had echt medelijden met ons’

Zulal, Simrah, Alperen en Qrenzo van de IJdoornschool in Noord zijn bekaf van het kwartiertje fietsen naar het huis van Riet de Groot. ‘Als ze maar geen hond heeft’, zeggen Zulal en Simrah nog. Maar al bij aankomst rent een vriendelijke hond van de buurman de kinderen tegemoet. Voor de kinderen bijna reden om weer naar huis te gaan. Snel wordt de hond binnen gezet, het doodsbange hondje van Riet gaat even naar boven. En zelfs de kat moet de woonkamer uit. Als de rust eindelijk is teruggekeerd, kan het interview beginnen.

 

Had u familie of vrienden die in een concentratiekamp zaten?
‘Mijn vader was Joods, ik ben daarom kwart Joods, maar hij is nooit opgepakt omdat hij was getrouwd met mijn moeder, een christen. Maar de oom van mijn vader wel, en die is nooit teruggekomen. Mijn zus had een Joods vriendje. Op een zomerse dag, toen alle deuren en ramen open stonden, zagen we de Duitsers in overvalwagens de straat in komen rijden. Haar Joode vriendje woonde aan de overkant en stond op het balkon. Toen de Duitsers kwamen om hem mee te nemen, sprong hij van het balkon af. Hij schreeuwde het uit van de pijn. Ik weet niet of hij zijn been gebroken had, maar ze sleepten hem gewoon mee. Hij is nooit meer teruggekomen. Ook zijn vader en zijn moeder niet, en zijn broer ook niet.’

Wat weet u nog van de Hongerwinter?
‘We hadden enorme honger. Iets verderop hier bij het bruggetje was een boerderij, die bestaat nu niet meer, daar ben ik in de Hongerwinter met mijn oudere zus naar de boer gegaan om eten te vragen. Er lag metershoge sneeuw. Maar de boer zei dat hij geen eten had en dat we weg moesten gaan. Naast de boerderij stond een klein huisje waar de knecht woonde. Mijn zus ging het daar ook vragen. De knecht had echt medelijden met ons. We zagen er natuurlijk ook niet uit, we droegen hele dunne kleren en waren erg mager. Hij zei dat hij nog wel een kliekje voor ons had, maar hij had geen schaaltje om het in mee te geven. Het eten kregen we daarom mee in een krantje. Daar zaten we, in de sneeuw, de koude zuurkool uit de krant op te eten. We hebben ook wat bewaard voor ons broertje Hans want die was niet mee.’

Had u ook onderduikers thuis?
‘We hebben één onderduiker gehad, maar die is verraden door de buurman op nummer 8. Voor de oorlog gingen we nog gewoon met deze buurman om en was hij ook bevriend met mijn vader. Maar ineens ging hij bij de NSB. Toen wilde mijn vader niks meer met hem te maken hebben. De Duitsers kwamen midden in de nacht met een schijnwerper onder ons bed zoeken. Doodeng vonden we het. Mijn vader werd meegenomen. Voor de onderduiker hadden we een vluchtroute bedacht. Als de Duitsers kwamen, moest hij via de dakgoot en het platje aan de achterkant vluchten naar het schoolplein achter ons huis. Mijn zus moest dan snel in zijn bed gaan liggen. Als de Duitsers boven kwamen en een leeg warm bed zagen, zou dat opvallen. Ze hebben hem toen niet gevonden want hij was hem gesmeerd, maar we hebben hem ook nooit meer kunnen terugnemen in huis.’

Heeft u gezien dat Nederland werd bevrijd?
‘Ik was 12 jaar oud en ik ging samen met mijn vriendinnetje, die op Duindoornplein nummer 12 woonde, naar de stad om een rood-wit-blauw vlaggetje te kopen. We liepen in de Kalverstraat en opeens hoorde we schieten. Veel mensen renden de Kalverstraat in. We werden bijna onder de voet gelopen. Toen was ik in de paniek de weg kwijt. Ook mijn vriendinnetje was weg. Ik moest hard huilen. Gelukkig was er een aardige meneer die me hielp en me weer terug naar de pont bracht. Dat schieten vond ik heel eng.’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892