Erfgoeddrager: Mingus

‘Ja, ik eet alles op, ik gooi niets weg. Dat moeten jullie ook doen, niets weggooien!’

Els Grofstein (84 jaar) woont in een flat in Amsterdam-Noord, waar ze vijftien jaar geleden naartoe verhuisde. Buck, Julius en Mingus van de VOX-klassen zitten aan de eettafel en behalve een kerstboom heeft Els diverse kerstspulletjes staan. Het is er gezellig. Wat bovendien opvalt, is het grote schilderij boven de bank, het Indische landschap in prachtige kleuren. Heel bijzonder aan haar verhaal is dat ze in Indië woonde en later ook nog naar Suriname is verhuisd. Ze heeft dus twee keer een kolonie verlaten nadat dat land onafhankelijk werd van Nederland.

Wat weet u nog van de oorlog?

‘Als kind woonde ik samen met mijn ouders, twee broers en een zus in Bandung, op het eiland Java. Mijn vader moest tijdens de Japanse bezetting in Birma aan het spoor werken en is daar in het kamp overleden. Hij is nooit meer teruggekomen. Toen mijn vader weg moest, begon de ellende en de armoede voor ons pas goed; daarvoor hadden we het eigenlijk heel fijn. Mijn moeder had het heel zwaar, omdat er zonder hem geen inkomen was. We waren erg arm en hadden vaak honger. Ik herinner me dat mijn moeder kleine zakdoekjes ging maken om daar geld mee te verdienen. Wel hebben we geluk gehad dat we tijdens de Japanse bezetting niet in een Jappenkamp hoefden. We woonden in de bergen. Er kwam weleens een Jap thuis bij mijn moeder en die kwam kletsen. Hij bleef dan vaak heel lang, wat ik niet leuk vond. Maar gelukkig heb ik geen wreedheid of nare dingen meegemaakt. Ik was dertien jaar toen Indonesië onafhankelijk werd en wij het land moesten verlaten. Dat het Indonesisch werd, daar hebben we weinig van meegemaakt, want we gingen direct weg. En gelukkig maar, weg uit dat land!’

Met wie bent u allemaal naar Nederland gekomen?

‘Met mijn moeder, mijn broers en zuster. We gingen op een heel mooi schip naar Nederland, waar genoeg te eten was voor alle mensen aan boord. Een kopie van dit schip, De Oranje, staat naast het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Toen we eenmaal in Nederland waren, bleken er weinig woningen beschikbaar te zijn. Daardoor besloten mijn broer en zus naar Canada en Amerika te emigreren. Mijn moeder was al op leeftijd, dus die kon niet werken in Nederland. Daarom moesten mijn andere broer en ik de kost verdienen. Toen ik met mijn man trouwde, die een goede baan had, konden wij haar financieel helpen.’

Als u nu boodschappen doet, denkt u dan nog weleens aan hoe het vroeger was?

‘Ja, ik eet alles op. Ik gooi niets weg. Dat moeten jullie ook doen, jullie moeten niets weggooien! Ook in een restaurant gooien ze mijn eten niet weg, ik vraag altijd of ik het mee mag nemen.’ Als je het alleen maar goed hebt gehad denk je daar niet zo aan, maar als je honger hebt geleden, verspil je niets.’

 Hoe werd u ontvangen in Nederland?

‘Ik herinner me wel nadat we waren aangekomen in Nederland dat wij ook weleens werden uitgescholden voor ‘Pindachinees!’, of ze zeiden: ‘Rot op naar je eigen land!’. Dat was wel verdrietig.’ Wat wel bijzonder is, dat ik twee keer een land heb moeten verlaten. Mijn man kwam uit Suriname en wilde graag terug. Dus wij zijn naar Suriname verhuisd, waar ook onze kinderen zijn geboren. We konden daar gemakkelijker dan in Nederland een huis kopen. Maar Suriname werd ook onafhankelijk, dus ik wilde er niet blijven. Ik wilde voorgoed terug naar Holland. Uiteindelijk zijn we met het hele gezin teruggegaan naar Nederland.’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892