Erfgoeddrager: Lieke

‘De bevrijding was geweldig!’

De ontvangst is erg hartelijk. Mevrouw Drijver praat meteen honderduit. Ze is slechthorend waardoor Timen, Lieke en Ivessa van de Michaelschool in Leeuwarden vaak even wat luider moeten spreken. Soms vinden ze het nog een beetje eng om zelf een vraag te stellen, maar ze vinden mevrouw Drijver wel lief. Ze krijgen niet alleen iets lekkers te drinken, maar ook chips!

Wanneer kreeg u in de gaten dat de oorlog was begonnen?
‘Ik was 13 jaar toen de oorlog begon. Het heeft vijf jaar geduurd, en dat is vijf jaar te lang geweest! Via de radio hoorden we dat de Duitsers een inval hadden gedaan. Ze hadden Rotterdam kapot gebombardeerd, waarop Nederland zich had overgegeven. Mijn vader en mijn twee broers zaten bij de Nederlandse Spoorwegen en gingen staken toen de oorlog begon. Met deze actie kwamen ze in het verzet terecht en moesten ze onderduiken. Mijn broers kwamen ieder afzonderlijk bij een boer terecht. Mijn vader bleef thuis wonen en kon onderduiken bij onze Poolse buren wanneer de razzia kwamen. Daar verstopte hij zich dan op het toilet. Als de Duitsers bij de buren binnenkwamen, zagen ze direct de Duitse vlag in de gang hangen en dan zeiden ze: ‘Das ist gut!’. Zo is het jarenlang goed gegaan. Bij ons thuis hielden zich twee onderduikers schuil en tegenover ons woonden NSB’ers, landverraders, waar we voor moesten oppassen. Het was erg spannend allemaal want alles moest stiekem gebeuren en je mocht je niet verspreken.’

Wat deed uw vader bij het verzet?
‘Mijn vader kreeg tijdens zijn staking hulp van het verzet. Zo nu en dan kwamen deze mensen bij ons thuis om met mijn vader te kletsen. Tijdens de bezoekjes namen ze vaak een Oranjekrantje mee. Tja, wat stond erin? De naam van de Koningin, het laatste nieuws, waarschuwingen en dergelijke. Mijn vader verstopte na zo’n bezoek het Oranjekrantje in mijn stuur, zodat ik die kon doorgeven aan de boer, bij wie ik ook melk haalde. Op een keer toen ik bij de boer aankwam, dacht ik: wat zitten er hier een boel meiden…? Ik bekeek ze en zag dat er iets niet helemaal klopte. Het bleken geen meiden te zijn, maar verkleedde jongens. Haha, ik liet ze maar stiekem gaan.’

Wat heeft veel indruk op u gemaakt?

‘We hadden Joodse mensen achter ons wonen, die op een dag door de Duitsers werden opgehaald. Hun kostbaarheden, kleding, schilderijen en sieraden, gooiden ze over onze schutting heen zodat mijn moeder ze voor hen kon bewaren tot ze terugkwamen. Vijf jaar lang heeft mijn moeder deze spullen voor ze bewaard, maar we hebben ze nooit meer terug gezien, die arme stakkers!’

Heeft u ook leuke herinneringen aan de oorlog?
‘Nee, het was een en al ellende, wat ik niemand gun. De bevrijding, dat was geweldig! Op een nacht vielen er bommen in onze straat. Midden in de straat! Niet te geloven toch? Dat waren de Engelsen die overvlogen. Je hoorde dan zo; tjuk, tjuk, tjuk, tjuk… Alle ramen gingen stuk, behalve die van ons. We hadden dus toch nog een beetje geluk, haha. Wij wisten dat het de Engelsen waren omdat de ondergrondse ons vooraf had geïnformeerd. Zij kwamen ons bevrijden. Toen de Canadezen kwamen, hadden we de grootste lol. We mochten meerijden op hun tanks, ze deelden sigaretten uit en gaven ons chocolade. Later zorgden de Zweden voor een ‘broodregen’. Zij strooiden brood, echt wit brood naar beneden. Heerlijk wit brood! We renden dan naar het veld om te graaien wat we konden graaien.’

Erfgoeddrager: Lieke

‘Ik wist niet dat er een Joodse familie bij ons op zolder ondergedoken zat’

Julia, Lieke, Lieuwe, Jan en Teun van de Van den Brinkschool in Wageningen interviewden mevrouw Gonnie Bergman. Zij was vier jaar toen de oorlog uitbrak en woonde toen in het centrum van Amersfoort. De winkel en huis van haar ouders waren gevestigd in een oud pand met verschillende ingangen en een hele grote gewelvenkelder.

Wat nam u mee toen u moest evacueren?
‘Ons hondje Moppie. Mijn vader heeft hem in een doos met gaten gestopt en zo meegenomen. Ik weet nog dat iemand tegen mijn vader zei dat dat niet mocht; huisdieren moesten achterblijven. Mijn vader zei: “We nemen ‘m toch mee!” Maar toen kwamen we bij een familie terecht die helemaal niet van honden hield. Moppie heeft dat blijkbaar aangevoeld en heeft de hele tijd dat we daar waren onder de stoel van de meneer gezeten. Ik kan me niet herinneren dat Moppie een keer heeft geblaft.’

Was u ooit boos in de oorlog?
‘Ik woonde in de binnenstad van Amersfoort, in een groot huis waar je je heel goed kon verstoppen. Mijn vriendje en vriendinnetje mochten altijd tot half acht opblijven. Maar ik niet, ik moest om zes uur eten en daarna meteen naar bed. Daar was ik het helemaal niet mee eens. Maar wat ik niet wist, was dat er op een dubbel zoldertje, helemaal achter in het huis, een Joodse familie verstopt zat. Ik mocht daar ook nooit komen. Die mensen moesten daar de hele dag zitten tot ik naar bed was. Dan mochten de kinderen en hun ouders naar beneden komen. Ik heb er nooit iets van gemerkt. We hadden ook andere onderduikers waar ik wel van wist. Die zaten in de gewelvenkelder verstopt. Mijn vader was blijkbaar bekend. Men zei “Ga maar naar Vonk toe, die heeft wel ergens een plekje”. En dat had ie.’

Heeft u ook iets stouts gedaan in de oorlog?
‘Er waren meerdere ingangen om ons huis in te komen. Tijdens de oorlog was de winkel, waar we normaal het huis binnenkwamen in de avond gebarricadeerd. Dan gingen we via de achterdeur van de buren naarbinnen. We hadden een code. Bij één keer bellen, deden we niet open. Bij drie keer bellen was het een bekende. Op die deur stond ‘Jagers’, de naam van de buren. Op een keer stond er een Duitse soldaat voor de deur en die zei dat ie bij Vonk moest zijn. Ik werd een beetje bang maar kon wel snel schakelen. Ik zei: “U bent verkeerd, meneer, u bent bij Jagers”. En toen draaide hij zich om en ging weer weg. Toen hij weg was ging ik naar binnen en toen zaten daar mijn moeder en een onderduiker. Toen was ik wel een beetje boos want ze waren bijna ontdekt.’

             

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892