Erfgoeddrager: Kylan

‘In het Noordzeekanaal gingen we op zoek naar bamboestokken’

Jan Jansen komt uit een groot gezin, met elf kinderen. Aan Kylan, Onne en Jens van de Twiskeschool uit Noord vertelt meneer Jansen hoe hij op jonge leeftijd (hij werd geboren in 1940) de oorlog beleefde in de Noorder IJpolder, waar hij toen woonde. Hij beschrijft hoe ze als kinderen zelf speelgoed maakten en hoe spannend het einde van de oorlog voor hem was.

 

Waar woonde u tijdens de oorlog?
‘Ik ben geboren in Amsterdam-Noord, in de Noorder IJpolder. Vlakbij ons huis stond een woning, De Domeinen, die in het bezit was van het leger. Er woonde een fortwachter die zorg droeg voor de kruithuizen op het legerterrein, waar het kruit werd bewaard. In de oorlog vorderden de Duitsers de woning. Ineens hadden we dus Duitse buren. Het waren leuke jongens die heel lief waren voor ons. Ik zat vaak even bij ze op schoot. In de oorlog was er natuurlijk weinig eten, maar de Duitsers hadden wel flink wat vlees. Mijn moeder braadde het vlees voor hen. Stiekem sneed ze er dan wat voor ons af. En als die Duitsers iets zeiden over de geslonken hoeveelheid vlees, antwoordde ze gewoon dat het door braden was gekrompen. Heel slim van haar! Mijn ouders vertelden me na de oorlog ook dat ze van de Duitsers hun radio moesten wegdoen. Mijn vader had zijn radio daarom stiekem verstopt, in een ketel tussen de poepluiers. Dat was wel spannend want dat moesten ze natuurlijk niet te weten komen.’


Wat voor spelletjes deed u allemaal in de oorlog?

‘We hadden niet zoveel speelgoed dus we moesten zelf wat bedenken om te doen. In het Noordzeekanaal gingen we op zoek naar bamboestokken die we vervolgens in stukken spleten. Bij een winkel in Tuindorp Oostzaan kochten we papier en zo maakten we een vlieger, met een grote slinger eraan. In de Noorder IJpolder was ruimte genoeg en er was altijd wind, dus vliegeren was leuk. We haalden ook wel de spaken uit een oud fietswiel, de band eraf en hup… dan hadden we een hoepel, vaak aan een stokkie, en dan hard rennen met die hoepel. Het waren echte straatspelletjes. In de buurt reden natuurlijk nog vrijwel geen auto’s, alleen jeeps van Duitsers die kruit kwamen halen op het terrein.’


Hoe was de bevrijding?

‘Ik weet nog dat die dag de lucht zwart zag van de vliegtuigen die overvlogen. Heel spannend vond ik dat. In de polder had ik natuurlijk vrij zicht. Die vliegtuigen kwamen voedsel brengen, grote blikken biscuits en cornedbeef uit Amerika. De pakketten vielen allemaal in het weiland. Je mocht ze niet zelf houden; alles wat je vond moest je inleveren zodat het kon worden verdeeld onder de mensen. Ik zoog in die tijd nog op mijn duim. Mijn oma vroeg me daarom altijd als ze op bezoek was: ‘Jantje, wat zit er toch in die duim van je?’ ‘Chocolade’, antwoordde ik dan. Geen idee hoe ik daarbij kwam, want ik had tijdens de oorlog nog nooit chocolade gegeten. Tot ik bij de bevrijding uit een van die pakketten chocolade kreeg…ik wist niet wat ik proefde, zo heerlijk vond ik het!’

Erfgoeddrager: Kylan

De lucht zag zwart van de vliegtuigen

Jan Jansen werd in 1940 geboren, hij was een kleine jongen tijdens de oorlog. Met zijn vader en moeder en 8 broers en zusjes woonde hij in Noord. Hij vertelt erover aan Kylan, Onne en Jens.

Waar woonde u?

‘Ik ben geboren in de Noorder IJpolder in Amsterdam Noord. Het heette de Domeinen, het was terrein van het leger. We woonden naast de fortwachter, die moest letten op de kruithuizen op het terrein. Daarin werd het kruit bewaard. Het huis van de fortwachter werd gevorderd door de Duitsers, dus die kwamen naast ons te wonen. Het waren allemaal leuke jongens, ze waren heel lief voor ons. Ik ben daar ook nog vaak op schoot geweest. Ik werd heel erg verwend. Ze waren pas 20 jaar, het was toch ook een soort familie.’

Wat at u in de oorlog?

‘Eten was er natuurlijk in de oorlog heel weinig, maar de Duitsers hadden wel flink wat vlees en mijn moeder mocht dat vlees braden. Ze sneed er stiekem wat af voor de kindertjes. De Duitsers vroegen ‘Oh mevrouw Jansen wat is er gebeurd met het vlees, het ziet er zo klein uit?’ Toen zei mijn moeder ‘Ja, door het bakken krimpt het’, zo kwam ze er dan uit, dat was heel slim. Wij woonden dus in de polder en mijn vader werkte op het land in de velden. Hij zorgde ook dat de Duitsers te eten kregen. Ook mensen uit Tuindorp, die na de oogst langs ons huis kwamen, kregen wat aardappels mee.’

Wat voor spelletjes deed u allemaal?

‘We hadden nog niet zoveel speelgoed, we moesten zelf wat bedenken om te doen. We gingen in het Noordzeekanaal bamboestokken zoeken. Bij een winkel in Tuindorp Oostzaan kochten we papier en dan maakten we een vlieger met een grote slinger eraan. Er was speelruimte genoeg en er was altijd wind, dus dat was leuk. Van een oud fietswiel haalden we de spaken eruit en de band eraf, dan hadden we een hoepel met een stokje en dan gingen we hard rennen. En pinkelen… het waren echt straatspelletjes, er waren natuurlijk bijna geen auto’s. Alleen veel jeeps van de Duitsers die kruit kwamen halen.’

Had u veel huisdieren of boerderijdieren?

‘Er waren varkens en een paar paarden, die op het land werden gebruikt, want tractoren waren er ook niet, en wat koeien voor melk. Katten hadden we ook en een hondje, maar daar weet ik weinig van. Er werden ook wel veel dieren illegaal geslacht door de Nederlanders. In schuurtjes, het was noodzaak maar het mocht niet.’

Hoe was het einde van de oorlog?

‘Ik weet nog dat ik als klein jongetje op een mooie zomerse dag buiten aan het spelen was en dat er allemaal vliegtuigen over kwamen. Ze kwamen uit Engeland en gingen naar Duitsland om te bombarderen. Toen we bevrijd werden was ik bijna vijf jaar. De lucht was zwart van de vliegtuigen. Ik zie ze nog zo aankomen, ik vond het heel spannend. Ze kwamen voedsel brengen, grote blikken biscuits en grote blikken cornedbeef uit Amerika. Die pakketten vielen allemaal in het weiland. Je mocht het eten niet voor jezelf houden, je moest het inleveren en dan werd het gedistribueerd onder de mensen. Ik was een duimzuigertje vroeger en mijn oma vroeg vaak ‘Jantje wat zit er toch in die duim?’ Dan zei ik chocola, maar ik had natuurlijk nog nooit van mijn leven chocolade gehad, dus hoe kwam ik erbij. Maar in die voedselpakketten zaten repen chocolade. Ik wist niet wat ik proefde, het was heerlijk! We kregen ook Zweeds witbrood, dat leek wel gebak.’

 

 

 

 

 

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892