Erfgoeddrager: Imane

‘Wij maakten wel eens zelf een voetbal van papier en een oude binnenband’

Toen Hans van ’t Veer de school binnenkwam, was Imane verbaasd dat hij er nog zo jong uitzag. Dat had ze niet verwacht. Meneer Van ’t Veer kan zich nog veel herinneren uit zijn jeugd. Hij vertelde dat hij blij is hoe zijn ouders voor hem hebben gezorgd in de oorlog, en dat hij gelukkig niet veel heeft geleden in die tijd. Hij was pas vier toen de oorlog begon.

Uw vader had een slagerij. Hoe ging daarmee in de oorlog?
‘Dat mijn vader slager was, heeft ons eigenlijk in leven gehouden. Wij woonden achter de winkel in de Van der Pekstraat. In 1943 en 1944 werd het voor de mensen heel moeilijk. Er was weinig te eten. Veel mensen werden ziek of gingen dood omdat er geen voedsel was. Als slager kreeg mijn vader kreeg eens in de vier weken ‘ziekenvlees’. Dat was vlees dat hij eens per week mocht geven aan mensen die extra voeding nodig hadden omdat ze ziek waren. Als er wat van het ziekenvlees overbleef, moest mijn vader dat teruggeven aan de Duitsers. Maar het was nooit precies duidelijk hoeveel vlees dat was, dus kon mijn vader wat achterhouden. Hij kon het eigenlijk stelen.. En dan kon mijn vader handelen met dat vlees, door het bijvoorbeeld te ruilen voor steenkolen zodat wij ons huis konden verwarmen, of voor kruiden. Het kwam ook geregeld voor dat als ik terugkwam uit school, er wel zeker acht mensen aan onze tafel zaten. Dan had mijn moeder voor die mensen gekookt.’

Wat vond u het ergst tijdens de oorlog?
‘Het klinkt misschien raar, maar ik heb eigenlijk niet zo vreselijk veel geleden. Ik heb geen familie verloren en ik was natuurlijk ook erg jong. Ik was bijna 10 jaar toen de oorlog was afgelopen. Ik heb wel meegemaakt dat tijdens een bombardement op Noord de ruiten kapot gingen en de plafonds naar beneden kwamen. Dat was niet zo leuk. Maar als kind vond je het eigenlijk ook wel heel wat dat je een luchtgevecht boven je huis had, dus een gevecht tussen twee vliegtuigen. Dan hoorde je ‘pang, pang, pang’ van het schieten.’


Kon u gewoon spelen tijdens de oorlog?

‘In het begin van de oorlog kon je eigenlijk alles nog doen. Pas na de bombardementen op Noord moest ik in de buurt van ons huis blijven. Ik mocht alleen met vriendjes uit de buurt spelen zodat we snel de schuilkelder in konden als het luchtalarm ging. We gingen dan bijvoorbeeld zwemmen in de bomkraters voor ons huis. Als het had geregend waren dat grote plassen geworden waar we in onze onderbroek in konden zwemmen. Mijn ouders vonden dat niet goed, maar eigenlijk alleen omdat er ratten in het water zwommen waar ik ziek van kon worden. En we hadden ook wel speelgoed, maar niet zoveel en anders dan jullie nu hebben. Veel speelgoed was door de vaders getimmerd. Wij maakten zelf wel eens een voetbal van een prop papier en van oude binnenbanden van een fiets. Daar knipten we rondjes af en vouwden we om het papier. Zo had je een bal waarmee je aardig kon voetballen!’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892