Erfgoeddrager: Ibbe

Anne Frank zat een klas hoger dan ik

Met versgebakken walnotencake wacht Suze Krieg (86) de kinderen op in haar huis. Ibbe en Farrah van de Montessorischool Azaleastraat zijn best zenuwachtig voor het interview en ook de handen van mevrouw Krieg trillen, maar dat blijkt te komen door de ouderdom. Als ze in het interview vertelt dat ze na de bevrijding zomaar een tijdje spoorloos verdween, zijn de kinderen onder de indruk. Wat vreselijk moet dat zijn geweest…

We hoorden dat u op school hebt gezeten met Anne Frank, klopt dat?
‘Ja, ik woonde met mijn ouders en zus in Amsterdam Zuid, in een kleine woning in de Molenbeekstraat. We kwamen oorspronkelijk uit Breslau, waar mijn vader een bekende dirigent was geweest, maar we moesten vluchten omdat we Joods waren. In Amsterdam hadden we nauwelijks geld, maar toch heb ik goeie herinneringen aan die tijd. Ik ging naar de 6e Montessorischool waar veel Joodse kinderen zaten. Anne Frank zat een klas hoger dan ik. Ze was niet zo aardig hoor, het was een nufje. Haar familie had juist veel geld. Het waren rijke mensen.  Weet je wie ik wel aardig vond? Haar zusje Margot.’

Hoe bent u in kamp Westerbork terechtgekomen?
‘Wij konden niet onderduiken want dat kostte best veel geld. In de loop van de oorlog moesten alle Joden weg uit de Rivierenbuurt. Wij verhuisden naar het Afrikaplein in Oost, tot we tijdens een grote razzia met vrachtwagens werden opgepakt. Met alleen een rugzak vertrokken we naar Westerbork. Ik was inmiddels bijna 13 jaar. In het begin was het er nog niet zo slecht. Mijn vader had zijn gitaar mee en zong Joodse liedjes met de kinderen. Wij wisten al wel dat er in Auschwitz mensen werden vergast. Iedere week moesten er mensen uit Westerbork op transport, maar bij ons lag telkens iemand uit het gezin in de ziekenboeg waardoor we niet weg hoefden. Tot we op een dag naar Bergen-Belsen zijn gebracht. Ze deden daar heel gemene dingen, zoals dat je in de sneeuw met z’n allen werd geteld, telkens opnieuw omdat het niet zou kloppen. Elke dag had je meer honger en waren er meer ziektes. En toch bleven we op merkwaardige wijze in leven, terwijl er zo veel anderen stierven.’

Hoe ging het met u na de oorlog?
‘Kort na de bevrijding kreeg ik de vlektyfus. Met ons gezin, dat gelukkig het kamp had overleefd, waren we gerepatrieerd bij Dresden in Duitsland. Daar ben ik op een of andere manier zoekgeraakt, in een ziekenhuis beland en de rest van ons gezin uit het oog verloren. Ik was helemaal doorgedraaid, deed rare dingen zoals in glas bijten. Mijn moeder wist niet waar ik was. Ze vroeg aan de Amerikanen of ze mij wilden opsporen. ‘Ik wil mijn dochter terug’, zei ze. Ik weet nog steeds niet hoe – want van die tijd kan ik me weinig meer herinneren – maar ze hebben me uiteindelijk in een psychiatrisch ziekenhuis in Limburg geplaatst, bij de Sint Pietersberg. Ik weet nog dat ik daar op een dag uit het raam keek en dacht dat ik de huisjes van de Jozef Israëlskade in Amsterdam zag. Dat was natuurlijk helemaal niet zo, maar dit was het eerste moment dat ik weer mezelf was. Terug in Amsterdam ging ik al snel weer gewoon naar school, naar het Amsterdams Lyceum. Ik ging weer door met leven, maar wel met een schroef los.’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892