Erfgoeddrager: Ezzie (13)

‘Stuur je kind naar Nederland, dan krijgt het de beste Nederlandse opvoeding’

Vere (14), Ezzie (13) en Nola (14) van het MLA in Amsterdam interviewden Lilian Wolff, geboren in 1942 in Paramaribo Suriname.

Wat was de gekleurde elite?
‘Er was een hele grote elite groep in de 19eeeuw in Suriname. In Paramaribo. Het was een gesloten gemeenschap. Ze zorgden ervoor dat familieleden die slaaf waren, vrijgekocht werden. Die kocht dan ook weer een andere slaaf vrij. Ze zorgden voor elkaar, door elkaar te steunen en elkaar uit de slavernij te halen.
Die groep was gemengd. Mijn voorouder was een slavin. Een van haar dochters kreeg kinderen met een lichte man. Ze zorgden er altijd voor dat ze kinderen kregen van een lichter gekleurde man. Die vrouwen deden dat omdat ze zeiden: “Je moet je kleur verhogen. Je moest opkleuren. Want wil je dat je kind het beter krijgt dan jij, dan moet dat kind lichter worden.” Dat is generaties lang zo overgedragen. En als jij licht bent, dan ga je niet trouwen met een man die donkerder is. “Dat kan niet.We zijn al zover, je moet niet teruggaan.”
Mijn vader was ook donker. Hij mocht niet met mijn moeder trouwen, hij was donker en hervormd. Mijn moeder was katholiek en uit de gekleurde elite, dus dubbel reden waarom ze niet met elkaar mochten trouwen: op geloofsgebied en op kleur. Mijn moeder was onderwijzeres. Omdat ze met een niet-katholiek ging werd ze verbannen naar een kolonie, ver overzee met een boot. Ze kwam één keer per jaar in de stad. De familie wilde dat ze geen contact meer met hem had, maar ze zijn later toch getrouwd. Mijn vader was deurwaarder en ging met iedereen om, hij was ook heel nationalistisch.’

Tot welke klasse behoorde u?
‘Wij zaten net tegen de rijken aan. Wij woonden in een groot huis. Op het erf had je kleine woningen, wat slavenwoningen waren geweest. Daar konden de mensen heel goedkoop wonen, bijvoorbeeld alleenstaande moeders met kinderen. Zij hadden een houten wc op het erf. Wij hadden een huis met een eigen wc. Omdat ik een nakomeling was, mijn zusters waren bijna twintig jaar ouder, had ik niemand om mee te spelen, dus speelde ik altijd met die kinderen op het erf, daardoor was mijn band met die groep altijd zo groot. Mijn zussen hadden tot ze naar Nederland gingen een elite status. Hun vriendinnen hadden een elite status en zij gingen allemaal met elkaar om. Het was een heel gesloten groep, ze waren op elkaar aangewezen.’

Hoe was uw schooltijd in Suriname?
‘Ik ging naar een katholieke lagere school. Op de school zaten gekleurde kinderen en blanke kinderen. Blanke kinderen hadden het toch makkelijker, dat voelde je. Ik heb er ook van geprofiteerd dat ik lichter was, je zag het onderscheid waarmee ze mij behandelden en mijn vriendin, die donkerder was. Dat vond ik zelf ook niet leuk. Door mijn kleur kwam ik overal makkelijker binnen dan zij, bijvoorbeeld op een feestje mocht ik wel komen en zij niet. Zij moest overal meer moeite voor doen. Je voelde als kind dat het niet klopt, maar je kon het niet echt plaatsen.Je leeft erin maar pas later ga je nadenken, dan weet je: het is toch zo geweest.’

Waarom ging u in Nederland studeren?
‘Na de middelbare was het normaal om in Nederland te gaan studeren. Hele generaties wilden Nederlands zijn. “Stuur je je kind in Nederland naar school dan krijgt het de ideale Nederlandse opvoeding.” Dat was de gedachte. En als het kind dan terugkwam kon het misschien een hoge positie krijgen. Maar dat was niet zo, want je was gekleurd. Dat was alleen maar voor de blanken zo. Het was zelfs zo, dat als je het kon betalen, dan gingen de kinderen al met 13 jaar naar Nederland. Dat hebben mijn zusters en broers dus gedaan. Maar in mijn tijd kon je na de middelbare school naar de MULO. Dus ik hoefde niet weg. Ik was pas negentien toen ik wegging.’

Verschil tussen Suriname en Nederland.
‘De overgang van Suriname naar Nederland was heel groot, heel erg moeilijk. Als je die overgang een keer gemaakt hebt, kun je alles aan. Je ziet al die huizen. En de luxe, daar schrik je van. Ik kwam vers uit Suriname en droeg mooie gekleurde jurken. Ik had hier mijn zusters en broer en ik dacht: dan voel ik mij tenminste meteen thuis. Maar ik krijg opmerking van mijn eigen zusters, ze vonden het gek dat ik er zo bij liep, ze waren in die vijftien jaar al helemaal verhollandst. 

Hoe gingen de Nederlanders met u om toen u in Nederland kwam?
‘Ik sprak anders. Ze konden mij niet thuisbrengen, ze dachten dat ik Indisch was. Ze zeiden dat ik niet Surinaams kon zijn, want die waren volgens hen allemaal donker. Ze wisten niet dat je in Suriname allemaal verschillende rassen hebt. Het meest opvallende dat ik heb meegemaakt, was toen mijn zoon naar de eerste klas van de basisschool ging: de juf had doorgegeven dat mijn zoon een spraakgebrek had. Hij moest op spraakles. De logopediste belde mij op om een afspraak te maken en toen ze mijn stem hoorde zei ze: Nee mevrouw het ligt niet aan uw zoon, het ligt aan u. U heeft een spraakgebrek.’

Waarom bent u in Nederland gebleven?
‘Ik leerde mijn man kennen en we gingen trouwen. Hij wilde wel in Suriname wonen, maar ik wilde het niet. Ik wilde nooit mijn kinderen wegsturen. Want dat had ik bij mijn moeder gezien, zij had haar kinderen weggestuurd op jonge leeftijd.’

Mist u Suriname?
‘Ik ga elk jaar terug op vakantie. Na het overlijden van mijn man, kon ik kiezen of ik naar Suriname zou teruggaan. Ook ik was toch teveel Nederlands geworden. Je identiteit is tussen twee werelden in. Amsterdam is mijn thuis, Suriname is mijn nostalgisch domein.’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892