Erfgoeddrager: Dion

‘Toen werd ik teruggestuurd naar Nieuw Nigerie om voor mijn zieke oma te zorgen.’

De leerlingen Dion, Julius, Robin en Ho Tin interviewden Marion Perk in haar gezellige huisje in het centrum van Zaandam. Marion vertelde de leerlingen hoe zij het vond in Suriname, maar dat ze toch liever in Nederland woont.

Hoe was uw schooltijd in Suriname?

‘Ik ben geboren in Nieuw Nigerie en was de oudste van acht kinderen. Toen mijn vader een baan in Paramaribo kreeg, gingen we verhuizen. Ik zat toen in groep vier van de basisschool.  Mijn oma bleef achter, maar werd ziek. Toen werd ik teruggestuurd naar Nieuw Nigerie om voor mijn zieke oma te zorgen. Dat duurde twee jaar. Al die tijd kon ik niet naar school, dat vond ik jammer. Toen ik terugkwam, werd ik teruggezet in groep vier. Ik was toen twee jaar ouder dan de anderen uit mijn klas. Op de scholen werd er veel over Nederland behandeld, maar niet over Suriname. Onze vaderlandse geschiedenis ging bijvoorbeeld niet over Suriname, maar over Nederland.’

Had u een goede band met uw ouders en de rest van het gezin?

‘Ik vond het leuk om in een groot gezin op te groeien, daardoor had ik altijd wel iemand om mee te spelen. Omdat ik de oudste van de kinderen was, had ik een eigen kamer. Ik had een goede band met mijn ouders. Ze waren wel streng en omdat ik het oudste kind van de familie was, werd ik het strengst opgevoed. Als kinderen werden we niet vrij opgevoed, daarmee bedoel ik dat er als er bijvoorbeeld bezoek van volwassenen kwam, dan mochten wij als kinderen daar niet bij zijn. Vooral mijn vader was heel streng. Toen ik naar Nederland verhuisde, bleef mijn vader in Suriname. Ik durfde toen meer tegen hem te zeggen en ik schreef hem ook dat ik heel dankbaar was dat hij mij goed opgevoed had. Ondanks de afstand raakten we meer verbonden met elkaar. Een keer zag hij schoenen in een winkel die ik sowieso leuk zou vinden, dacht hij. Dus schreef hij me een brief of ik die schoenen wilde. Op mijn dertigste verjaardag kwam hij ook naar Nederland.’

Wat deed u voor werk in Nederland?

‘Ik ging naar Nederland omdat mijn verloofde hier ging studeren. Ik was nog niet getrouwd in Suriname, omdat mijn grootvader vond dat een man eerst een huis en een goede baan moest hebben. Ik trouwde dus pas in Nederland. Ik woonde eerst op kamers, maar op mijn trouwdag gingen mijn kameraden al mijn spullen ophalen. Hier in Nederland werkte ik als onderwijzeres. Ik had een hele grote groep kinderen op het niveau van groep 3. Er zaten kinderen van tien jaar oud tussen, die nog niet konden lezen en schrijven. Ik vond het heel leuk om hen les te geven. Daarnaast heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan, en heb er zelfs vorige maand een lintje voor gekregen. Ik was heel verrast, maar ben er best trots op.’

Hebt u spijt van uw verhuizing naar Nederland?

‘Ik woonde eerst zes jaar lang in Amsterdam, dus ik ken daar elke uithoek van de stad. Ik had daar veel buren, dus als ik eten nodig had dat ergens anders niet verkrijgbaar was vroeg ik het gewoon aan hen. Maar ik vind het veel fijner in Zaandam. Het is er rustiger. En nee, ik heb geen spijt van mijn verhuizing naar Nederland. Zes jaar geleden ging ik terug naar Suriname. Ik vond het daar erg leuk, omdat ik daar nog veel vriendinnen heb van school, maar al na drie weken wilde ik al naar huis. In mijn eigen bed slapen.’

 

Erfgoeddrager: Dion

‘In de Van der Pekstraat zagen we mensen graven’

Thea Hoff komt met het openbaar vervoer naar de Klimop. Lexi, Indigo, Jurry en Dion van de Klimopschool in Noord zitten in een lokaal met uitzicht op de Wingerdweg, Varenweg en het nieuwe Mosplein. Mevrouw Hoff wijst aan waar ze als kind naar school liep en vertelt dat er zoveel veranderd is. Waar nu de Klimopschool staat, was destijds nog gewoon park. Wel zagen de huizen aan de Varenweg en de Wingerdweg er in die tijd net zo uit.

Hoe oud was u in de oorlog en wat deed u?
‘Ik was 4 jaar oud toen de oorlog uitbrak. De eerste jaren zat ik op de kleuterschool en eigenlijk ging het leven gewoon door. Mensen gingen naar hun werk en in het begin was er genoeg te kopen in de winkels, maar dat werd steeds minder. Totdat de levensmiddelen op de bon gingen. Soms kon je geen schoenen kopen bijvoorbeeld, dan moest je maar met te kleine schoenen lopen. Als Nederlands kind was je betrekkelijk veilig. We hebben geluk gehad! Ons huis is niet gebombardeerd en ik had weinig last van de Duitsers. Ik heb wel meegemaakt dat in onze buurt bommen vielen en dat er gegraven werd in de puinhopen. In de Van der Pekstraat zagen we mensen graven om te kijken of er nog mensen onder het puin lag. Dat was eng hoor… Opeens riep iemand dat iedereen stil moest zijn omdat ze iets hoorden. Toen is er nog iemand gered. Ik was nog klein, 6 jaar oud, maar dit herinner ik me goed.’

Heeft uw familie in het verzet gezeten?
‘Mijn zus was veel ouder dan ik en zij werkte voor het verzet. Ze deed koeriersdiensten op de fiets, ze bracht krantjes en verzetblaadjes naar andere verzetsmensen. Die verborg ze onder haar kleren. Het was heel erg gevaarlijk, maar ik wist dat toen natuurlijk niet, daar was ik te klein voor. Ze heeft vreselijk geluk gehad want ze is nooit aangehouden. Ik weet nog wel dat als het luchtalarm afging, we moesten schuilen en soms was dat in het park en soms moesten we naar de schuilkelders. Die schuilkelders waren helemaal niet fijn. Het stonk daar verschrikkelijk dus daar gingen weinig mensen naartoe.’

Kende u Joodse mensen die opgepakt zijn tijdens de oorlog?
‘Op de Kamperfoelieweg woonden vrienden van mijn ouders een aantal huizen bij ons vandaan. Ze waren Joods. Zij hadden geen kinderen. Ook zij zijn opgepakt en afgevoerd. Ze hadden kunnen onderduiken, maar die man zei dat hij gastgezinnen niet in gevaar wilde brengen. Hij vond zichzelf te driftig. Zijn vrouw wilde bij hem blijven en toen is het mis gegaan. In die tijd wisten ze nog niet wat er allemaal zou gebeuren als ze naar een ‘werkkamp’ zouden gaan. We hebben nooit meer iets van ze gehoord. Ze zijn nooit meer teruggekomen. Op de Distelweg moesten de Joodse mensen bij elkaar gaan wonen. Dat heette Asterdorp. De kinderen zaten nog gewoon op school. Zij moesten een heel eind lopen naar de Floraweg. Eerst zagen we dat er dagelijks ongeveer 12 kinderen langskwamen, maar per week zag mijn moeder die groep kleiner worden. Totdat er geen kind meer langsliep. Dit heeft mijn moeder vreselijk aangegrepen. Alle kinderen zijn waarschijnlijk met hun families op een dag opgepakt en afgevoerd naar de vernietigingskampen.’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892