Erfgoeddrager: Cherisa

‘Ons broertje had spontaan de hand van mijn zus gepakt’

Marian Schaap is in 1944 geboren en heeft dus eigenlijk nauwelijks herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Toch heeft de oorlog een grote rol in haar leven gespeeld, vertelt ze aan Tess, Cherisa en Noor van de Twiskeschool die aandachtig naar haar verhaal luisteren. Dat komt omdat Marian Schaap een pleegzus heeft die van Joodse afkomst is. Haar zus is als baby van 10 maanden in hun gezin gekomen en haar ouders zijn in Sobibor omgekomen. Ze vertelt dus vooral het verhaal van haar zus.

Hoe is uw zus bij u in huis gekomen?
‘Mijn zus is in 1943 bij ons in huis gekomen. Haar ouders waren in de veronderstelling dat hen niets zou overkomen, ondanks dat ze Joods waren. Zij hadden immers niks fout gedaan. Aan het begin van de oorlog werden de Joodse gezinnen nog gevraagd om met wat kleding en eten naar de Hollandsche Schouwburg te gaan. Later kwamen de Duitsers gewoon met overvalwagens om de mensen mee te nemen. Dat gebeurde ook met mijn zus haar ouders. Haar moeder heeft haar op het laatste moment bij de buren gebracht, met een koffertje met kleding. Ze had mijn zus in een dekentje gewikkeld en tussen het dekentje had ze haar trouwboekje gestopt, een foto van zichzelf en haar moeder en haar trouwfoto. Dat zijn lang de enige zichtbare dingen geweest van haar ouders. Via het verzet is mijn zusje bij ons terecht gekomen. Haar ouders zijn met veewagens naar Sobibor, het vernietigingskamp, gebracht. Waarschijnlijk heeft haar moeder toen een briefje uit de trein gegooid met de boodschap dat ze blij was het liefste niet bij zich te hebben. De reis heeft een week geduurd en ze zijn bij aankomst meteen vergast. Alleen de broer van haar moeder en een oudtante hebben de oorlog overleefd, verder is er niemand teruggekomen. Mijn zusje was 10 maanden oud toen ze bij ons kwam en je zou denken dat ze het allemaal niet wist. Toch voelde ze blijkbaar aan dat er iets vreselijks aan de hand was. Mijn moeder lag hele nachten met haar hand tussen de spijlen van haar bedje, om het handje van m’n zusje vast te houden. Dan sliep ze, anders was ze onrustig en ging ze huilen. Toen mijn zusje een paar maanden bij mijn ouders was, hebben ze een foto van haar laten maken. Want stel dat haar ouders terugkwamen, dan konden ze zien dat het echt hun kindje was. Mijn zus en ik hebben gelukkig een goede band. Zij wil niet praten over haar verleden en wat haar familie is overkomen.

Hoe gaat het nu met haar?
‘Ze heeft een gezin: man, dochter en zoon en is oma van 2 kleinzoons. Het gaat goed met haar. Wel is ze natuurlijk beschadigd door de oorlog. Mijn ouders hebben er weinig over gepraat om mijn zus niet te belasten. Zelf vroeg ze er ook niet naar om mijn ouders geen pijn te doen. Ik heb wel veel gevraagd aan mijn ouders omdat ik toch wilde weten wat er is gebeurd. Het verhaal moet wel doorverteld worden.’

Hoe was het voor u toen u hoorde dat ze niet uw echt zus was?
‘Ik was verbijsterd! Mijn zus was gewoon mijn zus en ik ben altijd heel close geweest met haar. Het was zelfs zo dat ik eerder naar de kleuterschool mocht omdat mijn zus al op school zat. Ik miste haar dan zo erg. Ik was ongeveer 12 jaar oud toen ik bij toeval ontdekte dat mijn zus een andere achternaam had. Daarop heb ik aan mijn moeder gevraagd hoe dat kon. Toen kreeg ik het verhaal te horen. Die tijd was heel verwarrend voor me. Ik was gewoon bang dat haar ouders toch nog in leven waren en haar zouden ophalen. Natuurlijk heel egoïstisch van me, maar ik wilde haar niet meer kwijt. Na de oorlog, toen bleek dat haar ouders vermoord waren, kwam er een rechtszaak over haar voogdij. Haar oom wilde dat ze bij een Joods gezin kwam, omdat haar ouders orthodox-Joods zouden zijn geweest. Maar dat werd weersproken door een buurvrouw. De vader van mijn zus werkte gewoon op zaterdag, tijdens de sabbat, een rustdag voor Joden. Voordat de rechtszaak aan de orde was, was er een foto van ons drieën gemaakt. We hadden inmiddels ook een broertje. Ons broertje had spontaan de hand van mijn zus gepakt. Deze foto moest aantonen dat ze in ons gezin hoorde. De oom is zelfs in hoger beroep gegaan, maar ook in hoger beroep werd mijn zus aan ons gezin toegewezen. Mijn vader werd voogd en de vrouw van de verzetsleider in de Zaanstreek werd toeziend voogdes. Het enige dat ik me herinner over die tijd, is dat we ergens mochten spelen waar een prachtig poppenhuis was. Achteraf was dat natuurlijk om te zien hoe we met elkaar omgingen.’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892