Erfgoeddrager: Channy-Lee

‘We komen uw zoontje laten onderduiken’

Hoewel Samuel de Leeuw nog niet geboren was toen de oorlog begon, kan hij Anthony en Channy-Lee van de IJpleinschool in Amsterdam-Noord toch veel vertellen. Zijn ouders waren Joods en werkten bij de fabriek Hollandia Kattenburg in Noord. Meneer De Leeuw bracht de eerste jaren van zijn leven niet bij zijn echte ouders door, zijn moeder vond het veiliger om hem te laten onderduiken. Hij heeft een map met foto’s en andere herinneringen van vroeger meegenomen om ze aan de kinderen te kunnen laten zien. Dat vinden ze wel bijzonder.

Zijn uw ouders ook opgepakt bij de inval bij Hollandia Kattenburg?
‘De inval door de Duitsers bij de fabriek was in 1942, een jaar nadat ik geboren was. Mijn moeder was thuis bij mij. Mijn vader is helaas wel opgepakt. Hij is naar de gevangenis in Scheveningen gebracht en van daaruit is hij naar een concentratiekamp gestuurd. Pas in 1946 kreeg mijn moeder te horen dat hij in 1943 was omgekomen in kamp Auschwitz. Ik heb mijn vader dus nooit gekend.’

Waarom heeft uw moeder u weggegeven?
‘De oorlog was een hele moeilijke tijd, zeker voor Joodse mensen. Mijn moeder wilde na het verlies van haar man niet ook nog haar kind kwijtraken. Het leek haar daarom een goed idee om mij te laten onderduiken. Op straat sprak mijn moeder een vrouw aan van wie ze dacht dat ze Joodse kinderen liet onderduiken. De mevrouw ontkende dat want ze wist niet of het misschien een valstrik was. Maar het bleek wel waar te zijn. Diezelfde avond stonden er twee jonge mannen aan de deur die zeiden: ‘We komen uw zoontje laten onderduiken’. Mijn moeder moest mij meteen meegeven en ik werd ondergebracht bij een gezin in Limburg. Ik vind het hele mooie vorm van liefde dat mijn moeder mij heeft weggegeven. Je weet niet of je je kind nog terugziet, het is een laatste poging om je kind te redden. Heel moedig.’

Heeft u uw moeder nog teruggezien?
‘Gelukkig wel! Op een dag werd ik wakker en liep ik naar de slaapkamer van mijn pleegmoeder. Op het bed van mijn moeder zat een vreemde mevrouw. Mijn pleegouders noemde ik papa en mama, want ik wist gewoon niet beter. Ik vroeg: ‘Wie is die mevrouw?’ ‘Dat is je echte moeder.’ Dat vond ik heel vreemd. Mijn moeder heeft mij toen meegenomen naar Amsterdam. Maar ik ben altijd naar Limburg blijven gaan, naar mijn pleegouders. Die mensen hadden met gevaar voor eigen leven mijn leven gered. Ik ging vaak in de vakanties bij ze op bezoek. Tot hun dood heb ik contact met ze gehad. Tijdens de oorlog hebben mijn pleegouders contact gehouden met mijn echte moeder via brieven. Dan vertelden ze hoe het met mij ging. Ik vind het bijzonder dat ze dat risico hebben durven nemen.’

    

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892