Erfgoeddrager: Badenur

‘Vergeet ons niet, schreef Inge – en ik ben ze nooit vergeten’

We hebben met Edith Postma afgesproken op Nieuw Vredenburgh, want dat is precies halverwege de Corantijnschool en haar adres tijdens de oorlog op de Orteliuskade. Yassine, Narkes, Amir en Badenur stellen haar eerst wat vragen en dan lopen we langs het park dat daar toen nog niet was. Gelukkig schijnt het zonnetje en is er geen regen zoals eerder op de dag.

Hoe zag het leven eruit tijdens de oorlog?
‘Ik denk steeds vaker aan vroeger en ook aan de oorlog. Ik was niet Joods en nog steeds niet trouwens. Waar nu het park is, waren toen tuinderijen, maar de straat ziet er nog hetzelfde uit. Zelfs de huisnummers zijn nog hetzelfde. Ik zat eerst op de Hoofdwegschool, nu de Corantijnschool. Mijn onderwijzer woonde aan de Van Middellandtstraat en dan ging ik altijd aan zijn arm hangen. Maar eigenlijk vond ik buitenspelen veel leuker dan school. Of we gingen ruzie maken met de jongens van de Augustinusschool. In de oorlog ben ik naar de HBS gegaan en daar zaten Duitsers in het gebouw. Wat ik eng vond was het luchtalarm, dan lag je in bed te trillen en te wachten op het veilig signaal. Maar toch waren er ook wel gezellige tijden, vooral als je ouders je vertelden wat je allemaal weer zou kunnen doen als de voorbij was.’

Had u vriendjes/vriendinnetjes tijdens de oorlog?
‘Ik had een vriendinnetje in de Orteliusstraat wonen, zij is een paar weken geleden overleden. Toevallig had ik nu net met mijn auto precies een plekje voor haar deur. Haar vader zat bij de NSB en had ook zo’n poster voor het raam hangen. Ik had nog een ander vriendinnetje, Inge. Zij woonde in het volgende blok aan de Orteliuskade en we gingen vaak met zijn drieën naar school. Inge wilde nooit bij dat andere vriendinnetje naar binnen, want Inge was Joods. Zij had opeens een ster op en moest naar een Joodse school. Ze kwam wel nog vaak bij mij spelen. In de oorlog heeft ze nog in mijn poesiealbum geschreven, ook namens haar broertje en zusje een schattige tweeling. Zoals je ziet konden ze vroeger heel mooi schrijven.’

Kocht u wel eens iets tijdens de oorlog?
‘Al had je veel geld, je kon niks kopen want er was niks. We hebben wel honger gehad en dat werd steeds erger. Mijn moeder zat elke avond bonnetjes te knippen. We gingen vaak met honger naar bed en aan het eind van de oorlog gingen mensen zelfs dood van de honger. Alle fietsen waren afgepakt, of je had alleen nog een fiets met houten banden. Ik had geen winterjas en toen heeft mijn moeder een genaaid uit haar oude zwarte jas. Kinderen droegen toen geen zwart, dus ze had een rode voering erin gemaakt. Het leek per ongeluk op een NSB-uniform. Inge zei: “Zo wil ik niet meer naast je lopen”. Mijn moeder heeft alles er weer afgehaald en veranderd in blauw.’

Hoe is het afgelopen met Inge?
‘Op een dag zei mijn moeder: ik denk dat Inge en haar familie weggehaald zijn. Ze waren in de nacht weggehaald en er waren planken voor het raam getimmerd. Ik heb daarna nooit meer wat van haar gehoord. Ze zijn naar de kampen gegaan en vermoord. In mijn album schreef Inge: vergeet ons niet. En ik ben ze ook nooit vergeten. We staan inmiddels voor het oude huis van Edith. Kijk in deze portiek heb ik na de oorlog nog staan zoenen met mijn vriendje. Dan lopen we terug: dag huis, ik zie je waarschijnlijk nooit meer. Even verderop lopen we langs een stolperstein voor Jacques Aa; ik kende zijn kinderen ook wel. Misschien komen er ook ooit nog eens van dit soort steentjes voor Inge en haar familie.’

        

 

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892