Erfgoeddrager: Amy

‘Mijn vader is een oorlogsheld, maar wel een dode held’

De 91-jarige Willy den Hartigh-Balder is de dochter van de bekende Langedijker verzetsstrijder Jacob Balder. Over hem is in de klas van Sophie, Amy en Joey van de J.D. van Arkelschool in Broek op Langedijk – waar Willy ook op school heeft gezeten – veel verteld. Interessant dus om zijn dochter te interviewen! Ook een journalist van de lokale krant luistert mee in haar huiskamer in Heerhugowaard.

Hoe wist u dat de oorlog was begonnen?
‘Er kwamen vliegtuigen over vanuit Bergen en ook via de radio hoorden we dat het oorlog was. Het was op een vrijdagochtend, ik ben toen niet naar school gegaan. ’s Middags ging ik wel, en toen moest ik ook nog nablijven omdat ik die ochtend er niet was. Toen heb ik verteld dat ik diarree had en kreeg ik geen straf. Slim, he. Verder had je als kind geen notie ervan wat oorlog is. Later ga je het steeds meer merken. Vanaf 1942 hadden we onderduikers in huis, steeds meer. Vaak tijdelijk, dan gingen ze daarna naar de Wieringermeer. Ook hadden we drie keer een Engelse piloot in huis, terwijl wij helemaal geen Engels spraken. Dat leerde je toen nog niet op school.’

Wat merkte u van de Duitsers?
‘Wij woonden in Broek naast het oude postkantoor, tegenover de Hervormde Kerk. De Duitsers trokken in het gemeentehuis daar tegenover, en in de huizen aan beide kanten. De bewoners daar moesten maar zien waar ze gingen wonen. Joodse onderduikers bij ons zijn toen naar een ander adres gegaan. Het werd te gevaarlijk. De Duitsers kwamen bij ons wel eens binnen om iets te vragen aan mijn vader, die timmerman was. Ze klopten nooit op de deur, dat vonden we gek. Als kind vonden we de oorlog en alles wat er gebeurde ook wel interessant. In het dorp was normaal gesproken niet veel te beleven. Na een half jaar gingen de Duitsers  weer weg. Helaas zijn de Joodse onderduikers verraden op hun andere adres.’

Hoe is het om een bekende verzetsstrijder als vader te hebben?
‘Ik heb vaak gedacht en nog: was dit het allemaal waard? Hij is een oorlogsheld, maar wel een dode held. Ik had geen vader meer. Hij is 23 juni 1944 thuis opgepakt, nadat ie verraden is. We zouden bloemkool eten, dat weet ik nog zo goed. Ik was met mijn vijf jaar oude zusje melk halen. Ik kwam thuis en kon hem nog net uitzwaaien. Mijn moeder had het heel moeilijk toen hij weg was, maar het gaf ook rust na alle spanning door wat hij allemaal deed. Een dag later werd ook mijn twee jaar oudere zus, waarmee ik wel eens bonnen naar onderduikadressen bracht, opgepakt. Ze heeft een week in de gevangenis gezeten. Ze kwam vrij en moest iemand verraden, maar is toen ondergedoken. Thuis waren we met totaal zes kinderen en ik verzorgde vanaf dat mijn vader weg was het huishouden en de jongste, nog een baby, want mijn moeder wilde niet meer verder en lag veel in bed. Dat heeft wel een paar maanden geduurd.’

Hoe was de bevrijding voor jullie?
‘Voor ons was het geen feest, mijn vader was nog altijd niet thuis en we wisten niet of ie nog leefde. In juli dat jaar hoorden we dat zijn graf gevonden was in de duinen. Ik was heel boos op God; dat je een jaar lang bidt dat je papa terugkomt en dan is ie toch dood. Wij hadden geen vader meer en daarom was voor ons de oorlog verloren. Ik heb nooit over die periode kunnen praten. Totdat vier jaar geleden een achterkleinkind me kwam interviewen over de oorlog. Door dit interview heb ik ook weer nachten slecht geslapen. Maar ik doe dit voor jullie. Voor de kinderen die dit moeten en willen weten. En jullie willen het weten.’

           

Erfgoeddrager: Amy

‘Ik was blij dat ik haar weer zag’

Karin Vester was 11 jaar toen de oorlog begon. Ze woonde eerst met haar ouders in Heemstede en verhuisde in 1942 naar Zwanenburg. Ze had twee halfbroers die 12 en 13 jaar ouder waren. Tijdens de oorlog zat zij op de Bos en Vaartschool in Haarlem, die heette toen nog de Floraschool.

Kunt u zich het begin van de oorlog herinneren?
‘De wereld was ineens heel anders! In de eerste meidagen van de oorlog moest ik in de woonkamer slapen, onder de vleugel. Mijn vader vond dat een veiliger plek. Later werd er nog heviger gevochten, met brandbommen en vliegtuigen die naar beneden ‘dwarrelden’. Mijn vader besloot dat we beter buiten konden slapen, onder de veranda.

Tijdens de mobilisatie zat mijn broer Dani als soldaat in het leger. Hij was 12 jaar ouder. In de meidagen liep er een groepje soldaten langs ons huis. We hoorden de één tegen de ander zeggen ‘He? komt Daan hier niet vandaan?’ Bleken ze mijn broer te kennen! Hij was gewond en lag in het ziekenhuis. Mijn moeder was blij te horen dat het goed met hem ging. Mijn broer maakte me wijs dat er nog een kogel in zijn kuit zat. Dat geloofde ik niet, maar later bleek dat echt zo te zijn! Het is er vanzelf uitgekomen.’

Kende u mensen die Joods waren?
‘Ik kan op de klassenfoto zeven kinderen aanwijzen die Joods waren, zij hebben de oorlog niet overleefd. Er was een meisje, ze was zo aardig en ze heette Norah. Zij is het meisje op de foto met zwart haar en een scheiding in het midden. Zij was mijn vriendin. Op een gegeven moment was Norah ook weg. Een tijd later was ik samen met vriendin aan het fietsen in de Haarlemmermeer, en toen zag ik Norah fietsen met twee mannen naast zich.” Ik riep Norah! Norah! Ik was blij dat ik haar weer zag. Maar ze keek straal langs mij heen. Ze deed net alsof ze me niet kende. Ik voelde wel dat er iets niet goed was. Pas later begreep ik dat ze misschien wel was opgepakt. Wie waren die mannen die naast haar fietsten? Ik voelde me schuldig, misschien heb ik haar in gevaar gebracht? Het is vreselijk. Je weet niet wat er met haar gebeurd is. Ik heb er nog steeds verdriet van.’

Heeft u iets spannends meegemaakt?
‘Op Dolle Dinsdag was ik op Raadhuisstraat in Heemstede. Er werd geschoten op het plein en er liep een klein meisje. Ik trok haar zo het steegje in, naast de ijscoman. Normaal ben ik best angstig, maar nu was ik niet bang. Ik voelde me verantwoordelijk voor haar.

Aan het eind van de oorlog werd er hevig gevochten in Zwanenburg, zware bombardementen met brandbommen bij Schiphol. Zelfs de Duitse militairen waren bang, dat zag je aan hun gezichten.’

Hoe heeft u de bevrijding gevierd?
‘Bij bevrijding heb ik met Canadezen gedanst. Later kregen we uit Amerika nog een heel pakket met nylonkousen opgestuurd! Dat was toch iets bijzonders. Ik heb er nog een foto van dat we het pakket openmaken.

Na de oorlog heb ik nog geprobeerd om Norah te vinden. Haar ouders hadden een ijzerzaak aan de Schagchelstraat bij de Gedempte Oude Gracht. Dat is het enige wat ik weet.’

 

  

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892