Erfgoeddrager: Amira

‘Ik was zo bang dat ons huis weg zou zijn’

Amira, Jazaira en Yorandy van de IJdoornschool in Noord worden op de Nieuwendammerdijk al opgewacht door Annie Onderwater. Zij was 5 jaar toen de oorlog uitbrak en heeft altijd in Noord gewoond. Eerst in de Vogelbuurt, nu heeft ze een heel fijn huis op de dijk. Ze laat meteen alles binnen zien.

 

Heeft u nog spullen bewaard uit de oorlog?
‘Ik heb nog de persoonsbewijzen van mijn ouders. Mijn vader zat in die tijd in ‘de gevaarlijke leeftijd’. Als je tussen de 18 en 50 jaar oud was, kon je worden opgepakt. In Duitsland moesten de Nederlandse mannen in fabrieken werken. Mijn vader werkte in de Storkfabriek hier in Noord. Hij was van 1903. Mijn oom was iets jonger en moest drie jaar in Duitsland werken. Later werden oudere mannen ook opgepakt en daarom werd het ook gevaarlijk voor mijn vader. Op de persoonsbewijzen kon je zien hoe oud je was. Wij hadden thuis in een kamer een hokje gebouwd omdat ze huiszoekingen deden. Daar kon mijn vader schuilen. We wilden niet dat hij zou worden opgepakt.’

Wat weet u nog van het bombardement op de Ritakerk?
‘Op zaterdag 17 juli 1943 hadden we een feest in de kerk op het Hagedoornplein. Ik was een jaar of 8 oud en zat in de vierde klas. In de kerk waren veel kinderen in mooie kleren aanwezig. Ik had een prachtige witte jurk aan. Op een gegeven moment werd het helemaal donker. Iedereen begon te gillen en te schreeuwen en toen riep een zuster dat we onder de bank moesten gaan zitten. Ik zat vlakbij een deur en dacht alleen maar: ‘Ik moet eruit!’. Ik ben naar huis gerend. Gek genoeg heb ik geen klap gehoord… maar er was wel een bom gevallen midden op de kerk. Ik woonde in de Kwartelstraat en toen ik naar huis rende, zag ik een laars in de dakgoot hangen. Dat huis was ook gebombardeerd. Ik kreeg de zenuwen want ik was zo bang dat ons huis weg zou zijn. Gelukkig stond het er nog en kwam mijn vader net aanlopen. Links van ons huis was een bom gevallen, rechts van ons en aan de overkant waren ook huizen geraakt. Ons huis was wel helemaal kapot, de ramen eruit, de deur stond half open. Er was niemand binnen terwijl ik wist dat mijn moeder samen met mijn zusje thuis zouden moeten zijn. Een buurvrouw vertelde dat iedereen naar het park was gerend, sommigen met een kussen op hun hoofd. Later hoorde ik dat bij ons aan de overkant niets meer teruggevonden is, alleen een pluk haar met een haarkammetje erin. Verder helemaal niets meer. Mijn moeder vertelde me dat toen het luchtalarm afging, zij op de wc zat en mijn zusje van 4 aan tafel een boterham zat te eten. Dat luchtalarm ging wel vaker af, maar toch voelde mijn moeder blijkbaar dat er iets ergs ging gebeuren. Ze riep mijn zusje bij zich terwijl ze nog op de wc zat. Gelukkig maar, anders had mijn zusje helemaal onder de glasscherven gezeten.’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Erfgoeddrager: Amira

Ik zat in de kerk die werd gebombardeerd

Amira, Carlos en Samya hebben zin in het interview met meneer Dudok. Hij woont al sinds zijn geboorte in hetzelfde huis en weet goed wat er zich in Noord afspeelde tijdens de Tweede Wereldoorlog. We bellen aan een mevrouw Dudok doet open. ‘Hij is even boodschappen aan het doen hoor.’ Bep begint te vertellen over haar tijd in de oorlog in Amsterdam Noord en blijkt zelf ook veel te hebben meegemaakt. Gelukkig maar, want meneer Dudok komt pas na een half uur binnen!

Wat is u het meest bijgebleven van de oorlog?  

Bep: ‘Het moment dat ik in de Rita kerk zat, die op dat moment werd gebombardeerd, vergeet ik nooit meer. Er was iets te doen in de kerk en alle kinderen hadden een hoedje op. Meisjes en jongens zaten gescheiden op de banken. Alle kinderen van onze school waren er. Toen kwam er een bombardement. Het bombardement begon altijd met een alarm en als het alarm afgelopen was kon je weer de straat op. Achterin de kerk sloeg een bom in en er bleef een grote krater achter. Ik kan mij nog goed voor de geest halen dat het altaar helemaal grijs was van al het stof. Iedereen begon te gillen en te huilen. Wij liepen naar achter, om de krater heen, naar buiten. We zagen overal takken en stenen, het zag er niet uit.  We renden snel naar huis. Het huis van mijn ouders, wat erg dichtbij de kerk was, stond er gelukkig nog. Het huis daarachter was weg, de mensen waren in de grond geslagen. We gingen de schuur in de tuin in en ik kon nog snel mijn pop en beer pakken. Toen het alarm was afgelopen waren we weer veilig. Het was een erg angstig moment.’

Had u onderduikers in uw huis?

‘Mijn broer was ondergedoken in huis, omdat hij niet wilde werken in Duitsland. Soms werd er door de straten ‘Razzia!’ geschreeuwd. Dan kwamen de Duitsers kijken of er iemand in huis verstopt zat. Dat waren hele angstige momenten. Boven hadden we een gat in de zolder en mijn broer kroop daarin net zo lang tot het over was. Mijn andere broer werd wel naar Duitsland gestuurd om daar te werken. Toen hij met verlof terug naar huis kwam, wilde hij niet meer terug en verzon een slim plannetje. De Duitsers waren heel erg bang voor ziektes. Een van mijn broers had eczeem en hij maakte dat met een poedertje alleen maar erger. Als hij dan door de Duitsers aangehouden werd om te gaan werken in Duitsland, werd hij afgekeurd om terug te gaan naar Duitsland. Ze hebben het er daarna niet vaak meer over gehad. Achteraf denk ik, mijn ouders hadden een hoop angst moeten hebben.’

Wat kunt u zich nog herinneren van de oorlog?

Toon: ‘In het begin van de oorlog, in 1941/42 zag je nog wel eens een luchtgevecht. Mijn vader, mijn broer en ik stonden buiten te kijken. Mijn moeder en mijn zusters zaten binnen verstopt in de kast. Wij vonden dat fantastisch. Er werd geschoten en om de zoveel kogels kwam er een lichtpatroon. Ik heb gelukkig nooit meegemaakt dat een vliegtuig geraakt werd.  Aan het begin van de oorlog hadden de Duitsers nog geen barakken en sliepen ze dus op wat hooi bij ons in de Purmerschool. Achter ons huis waren allemaal landerijen. In 1941 hebben de Duitsers daar een stuk land toegeëigend en barakken gebouwd voor de Duitse soldaten, met afweergeschut. Het werd het ‘moffenland’ genoemd, tussen de boerderijen. Ik ben wel eens in zo’n barak gaan kijken, in het begin hadden we makkelijke toegang. Sommige soldaten waren ook maar gewone jongens, die daar ook maar naar toe gestuurd werden. Er waren een paar fanatiekelingen bij, maar ook zeker gewoon hele normale mannen. We hebben de hongerwinter meegemaakt. Mijn moeder ging op de fiets naar Hoorn en Purmerend om daar eten te halen. Het kon dan ook zomaar afgepakt worden door de Duitsers. Ze namen alles mee! We aten vooral suikerbieten. Het is heel zoetig. Suikerbieten werden gekookt en dan bleef er paarsig water over. Mijn vader dronk dat, heel erg vies.’

Social Media


Meer zien van onze programma's en op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Volg ons op social media:

Contact


Heb je een vraag aan ons? Wilt u meedoen als verteller, als basisschool, of een bijdrage leveren door een interview te begeleiden? Neem contact op, we helpen graag verder.

+31 6 816 834 18

NL41 TRIO 0254 753892